Geschiedenis



Op 28 juni 2007 bestaat de Raad voor het Vrije Beroep (RVB) 33 jaar, de RVB werd dus in de zomer van 1974 opgericht. Hierna wordt kort ingegaan op de geschiedenis van de RVB. Daarbij worden enkele periodes onderscheiden.

Periode 1954 – 1973
In tegenstelling tot andere ondernemersorganisaties, zijn koepelorganisaties voor vrije beroepsbeoefenaren lange tijd vooral gefocust geweest op vakinhoudelijke ontwikkelingen. Contacten met andere organisaties kwamen sporadisch voor. Ook met de overheid bestond geen (gestructureerde) relatie, terwijl dat met werkgevers- en werknemersorganisaties al wél het geval was.
Er bestond, sinds 1954, een Federatie van Organisaties van beroepsbeoefenaars van Intellectuele Beroepen (FOIB). Doel van deze stichting was te ‘zoeken naar middelen en het zoveel mogelijk gebruik maken van die middelen, waardoor – mede met het oog op het algemeen welzijn – de beoefenaars van intellectuele beroepen die plaats in de structuur van de Nederlandse samenleving kunnen innemen, welke hun krachtens hun taak en verantwoordelijkheid toekomt.’ In de praktijk betekende dat er enquêtes werden gehouden ten behoeve van rapporten over onderwerpen als huisvestingsproblematiek, belastingprogressie, arbeidsmobiliteit en dergelijke. Onvrede over het belang van een dergelijke organisatie, deed een aantal beroepsorganisaties besluiten uit te treden en toen er ook nog financiële problemen ontstonden, was de opheffing van de FOIB in 1973 een feit.

Periode 1974 - 1985
De contacten tussen overheid/politiek en de vrije beroepen beperkten zich tot de jaren zeventig aldus voornamelijk tot inhoudelijk overleg met de vakministeries. Het initiatief voor een koepelorganisatie werd genomen door de toenmalige Minister van Sociale Zaken (Jaap Boersma), die behoefte had aan één gesprekspartner namens de vrije beroepen. Het zal wellicht verbazing wekken dat de toenmalige Minister van Sociale Zaken, iemand die nou niet bepaald het aureool had pleitbezorger te zijn van de belangen van de vrije beroepsbeoefenaren, tot dit initiatief kwam.
We schrijven november 1973 als Minister Boersma komt met zijn uitvoerige notitie “Positie Vrije Beroepsbeoefenaren in het sociaal-economisch overleg”. Daarin wordt bepleit dat: “…. de georganiseerde vrije beroepsbeoefenaren als afzonderlijke geleding volwaardig participeren, naast overheid en de georganiseerde werkgevers en werknemers, in het sociaal-economisch overleg op centraal niveau”. De vrije beroepsbeoefenaren reageerden voorzichtig positief maar terughoudend. Bij brief van 31 oktober 1974 meldden 14 organisaties aan de Minister de oprichting van het Contactcentrum Vrije Beroepen (CVB) per 28 juni 1974, dat overigens een tamelijk beperkte doelstelling had. Vanwege de grote pluriformiteit van de organisaties zou het Contactcentrum – zo werd de Minister meegedeeld – niet kunnen gelden als een overkoepelende organisatie die namens de achterban als partner participeert in het centraal overleg.
Doelstelling van het CVB was het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van beoefenaren van vrije beroepen, door: - gedachten- en informatie-uitwisseling en - advisering; voorbereiden en treffen van maatregelen in gemeenschappelijk belang. Minister Boersma betreurt het beperkte mandaat van het Contactcentrum, maar nodigt de diverse sectievoorzitters wel uit voor een kennismakingsgesprek. De thematiek van die eerste jaren van het Contactcentrum werd goeddeels beheerst door de inkomenspolitiek, onder andere de Tijdelijke Wet Normering Inkomens Vrije Beroepsbeoefenaren. De toenmalige voorzitter Ekering verzuchtte in zijn jaarrede van 1984: “de vrije beroepsbeoefenaren zijn van vrije vogels, vogelvrij verklaard”.

Periode 1985 – begin jaren 90
In 1985 werd het Contactcentrum omgezet in een Stichting. De doelstelling werd wat verruimd, al bleef de autonomie van elke participerende organisatie gehandhaafd. De Stichting ging zich – voorzichtig – bewegen op het terrein van gemeenschappelijke belangenbehartiging. Naast inkomenspolitiek werd er aandacht besteed aan tal van andere onderwerpen zoals: de toetredingsregulering, diploma-erkenning, reclame en de Wet Economische Mededinging. Inmenging vanuit de overheid wordt kritisch beoordeeld. Een citaat uit de jaarrede van 1988 van de toenmalige voorzitter Van Hassel: “Per definitie mag de overheid zich niet inhoudelijk bezighouden met onze dienstverlening. Zodoende bestaat er een welhaast dogmatische afkeer van overheidsinterventie op dat terrein. Van oudsher hebben wij getracht te voorzien in onze eigen regelgeving”.

Periode vanaf begin jaren 90
Onder de bezielende leiding van mr. L. de Haas, die 6 jaar voorzitter was, is hard gewerkt aan een actievere organisatie. Er kwam een nieuw, tamelijk ambitieus beleidsplan, waarin ondermeer een rol werd opgeëist in het sociaal-economisch overleg.
Het Contactcentrum werd in 1992 Stichting Raad voor het Vrije Beroep (RVB). Deze nieuwe naam was symbolisch voor het streven van de RVB om de samenwerking minder vrijblijvend van karakter te maken.
De doelstelling werd opnieuw verruimd met “…. bevorderen en zo mogelijk coördineren van de participatie in de maatschappelijke besluitvorming”. Een citaat uit jaarrede 1995 van voorzitter De Haas: “Vrije beroepers hebben zich eigenlijk primair beziggehouden met hun eigen dienstverlening; dat men ook deel uitmaakte van een maatschappij, dat men maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft is een besef dat pas laat is doorgedrongen”.


    mr. H.L. de Haas

Sinds 1998 is de RVB een vereniging, zodat in feite aan een van de belangrijkste (representativiteits)eisen van de Sociaal Economische Raad (SER) wordt voldaan. Daarbij is voor de RVB statutair nu ook een rol weggelegd als het gaat om ‘het desgewenst aansluiten bij andere organisaties, ook in grensoverschrijdend verband’. Maar de laatste jaren beschouwen overheid en politiek de vrije beroepen toch meer en meer als gewone ondernemers op wie de algemene wetgeving van toepassing is. Het opeisen en verkrijgen van een rol en positie in de SER zou geen lichtzinnige aangelegenheid zijn, aangezien zittende partijen daartoe enigszins zouden moeten ‘inleveren’. Onder voorzitterschap van mr. P.A.M. Witteveen (juni 1998 - april 2003) werd uit praktische overwegingen besloten geen rol en positie meer op te eisen in de SER. De RVB heeft nu een bureau-aansluiting bij MKB-Nederland. Daarmee is de RVB ook vertegenwoordigd in de Hoofdbeleidscommissies van MKB en kan gebruik gemaakt worden van de faciliteiten van het MKB-bureau.


  
   mr. P.A.M. Witteveen

Overzicht:
1954-1973: Federatie Organisaties beroepsbeoefenaars van Intellectuele Beroepen (FOIB)
1973: Notitie Minister Boersma: gesprekspartner nodig
1974: Oprichting Contactcentrum Vrije Beroepen (CVB)
1985: Omzetting in Stichting CVB
1992: Omzetting naam in Stichting Raad voor het Vrije Beroep (RVB)
1998: Omzetting in Vereniging RVB

Voorzitters Contactcentrum en Raad:
1974-1977:    mr. H.B.A. Verhagen, advocaat
1977-1981:    mr. H. Prast, belastingadviseur
1981-1984:    dr. D.J. van Otterloo, medisch specialist
1984-1986:    mr. J.Ch.P. Ekering, advocaat
1986-1988:    mr. W.G. van Hassel, advocaat
1988-1989:    mr. L.A.E. Briët, advocaat
1989-1995:    mr. H.L. de Haas, advocaat
1995-1998:    mr. G.M.C.C. Bruyninckx, advocaat
1998-2003:    mr. P.A.M. Witteveen, advocaat
2003-heden:  mr. G.J.M. Moussault, advocaat

Secretarissen Contactcentrum en Raad:
1974-1975:   mr. P.C.T. Hengeveld (KNB)
1975-1978:   mr. E.D. Harderwijk (KNMP)
1978-1981:   mw. mr. W. Heijbroek-de Clerq (NOvA)
1981-1986:   mw. mr. A. Boehmer-Hamminga (NOvA)
1986-1988:   mw. mr. S.P.M. van Dorp-Peek (KNB)
1988-1991:   mw. A. Baud-Bakker
1991-2000:   mr. drs. N.J.J. Zethof
2000-2004:   drs. I.M.G. Thomassen
2005-2006:   mw. mr. K.E. Samplonius - van Markus

2006        :   P.A. Otten