| |
Het vrije beroep
Vraag de man of vrouw in de straat wat een vrij beroep is en je zult negen van
de tien keer een blik van herkenning kunnen ontwaren. Velen kennen het begrip
‘vrij beroep’ wel, maar zouden niet weten hoe het exact omschreven moet worden
of wat een vrije beroepsbeoefenaar nu precies doet. Het begrip vrij beroep is
dan wel bekend, maar wat is het nu precies?
Het antwoord op deze vraag kan niet worden gegeven met een allesomvattende
definitie. Opvallend is dat er (inter)nationaal geen eenduidige
definitie voor het begrip ‘vrij beroep’ bestaat. Of niet kan bestaan?
In Duitsland (toen nog West-Duitsland) heeft de constitutionele rechter al in
1960 verklaard dat de term ‘vrij beroep’ niet juridisch, maar sociologisch van
aard is. De term kan niet juridisch gedefinieerd en gelokaliseerd worden. In
juridische zin kan men daarom de term niet rangschikken onder aanduidingen als
‘firma’, ‘maatschap’ of ‘besloten vennootschap’.
Voor de betekenis ervan zullen wij ons dus moeten verdiepen in de
karakteristieken en algemene kenmerken van het vrije beroep. Daarvoor maken we
gebruik van (paradoxaal genoeg) een van de weinige definities die van het begrip
vrije beroep is opgesteld (CEPLIS), een lijst van vijf kwaliteitseisen (Europese
Unie) en de in Nederland gangbare praktijk. Dat laatste is relevant gezien het
feit dat bijvoorbeeld in landen als Ierland en het Verenigd Koninkrijk de term
vrij beroep als zodanig (in de volksmond) helemaal niet gehanteerd wordt en een
voor Nederland gebruikelijk begrip als permanente educatie bijvoorbeeld redelijk
onbekend is.
De CEPLIS-definitie (Europese koepelorganisatie van vrije
beroepsbeoefenaren): "Vrije beroepsbeoefenaren verlenen op een persoonlijke
en onafhankelijke basis intellectuele diensten en dragen daarvoor alleen de
verantwoordelijkheid. Zij verlenen hun diensten op grond van hun speciale
professionele bevoegdheid, in het belang van hun cliënten en in het algemeen
belang. De beroepsuitoefening is onderworpen aan specifieke, professionele
verplichtingen volgens nationale wetgeving, of volgens op autonome wijze door de
relevante beroepsorganisatie opgestelde regelgeving, welke de kwaliteit en de
professionele en vertrouwelijke aard van de relatie met de cliënt garandeert en
bevordert."
De vijf EU kwaliteitseisen:
- de dienstverlening bestaat hoofdzakelijk uit een intellectuele prestatie;
- dit vergt een belangrijke voorafgaande opleiding en permanente educatie;
- de beoefenaar draagt persoonlijk verantwoordelijkheid;
- de dienstverlening gebeurt op een onafhankelijke wijze: de beoefenaar handelt
daarbij zowel in het belang van zijn/haar opdrachtgever, cliënt of patiënt, als
in het algemeen belang;
- de beroepsuitoefening is onderworpen aan reguleringen, hetzij bij wet, hetzij
bij privaat- of publiekrechtelijke regeling van de betrokken beroepsorganisatie.
De beroepscode beoogt het garanderen en bevorderen van de professionaliteit, de
kwaliteit en de vertrouwensrelatie met de opdrachtgever, cliënt of patiënt.
Wordt de CEPLIS-definitie gecombineerd met de Europese kwaliteitseisen en de
geldende praktijk in Nederland dan kan het volgende gepresenteerd worden als de
belangrijkste kenmerken van de vrije beroepsbeoefening
in Nederland (in willekeurige volgorde):
- dienstverlening bestaat hoofdzakelijk uit een intellectuele prestatie;
- dienstverlening met inspanningsverbintenis (geen resultaatsverbintenis);
- hoog opleidingsniveau (HBO+);
- permanente educatie;
- vertrouwensrelatie met afnemer;
- groter belang op de achtergrond (volksgezondheid, rechtsbescherming);
- gereguleerd beroep (wettelijk dan wel privaat- of publiekrechtelijk);
- (tuchtrechtelijk) toezicht beroepsuitoefening;
- economisch onafhankelijke beroepsuitoefening (ondernemersrisico);
- professionele autonomie (persoonlijke verantwoordelijkheid).
Meer informatie over beroepsspecifieke kenmerken (bijvoorbeeld in de accountancy
of de advocatuur) kunt u inwinnen bij de RVB-lidorganisaties. Deze zijn
opgenomen onder de rubriek Leden, links in het keuzemenu.

| | |